Het boekenbal (27-03-2017)

Het was geweldig, het boekenbal.
Ik zou nu het verhaal kunnen vertellen over dat ik als vijftienjarig meisje krantenknipsels van Mulisch boven mijn bed hing, en droomde dat ik ooit zelf een boek ging uitbrengen, dat ik er dan bij zou zijn, bij dat boekenbal, en ik samen met de grote meester over literatuur zou spreken. Ik zou kunnen zeggen dat mijn droom gisteren uitkwam.
Maar ach, dat zou wel erg melancholisch worden, en bovendien niet waar, want Mulisch is dood.
Over literatuur sprak ik gisteravond wel, mooie, bijzondere gesprekken, en ik had een baljurk waarmee ik die middag in de trein naar Amsterdam was gereisd. Mijn medepassagiers hadden hun wenkbrauwen gefronst bij de aanblik van de wijduitstaande rok van kant en tule die bijna twee stoelen bezet hield. Ik had geprobeerd te seinen dat ik een excuus had, het boekenbal, het bóekenbal!
Maar vooral, ja vooral danste ik de nacht door,  in de mist van de rookmachine, in een wolk van zilveren confetti, tot mijn tenen gevoelloos waren en ik mijn hakkenschoenen uitschopte in de hal. De koelte van de vooroorlogse tegeltjes van Paradiso trok in mijn voetzolen. Daar keek ik naar iedereen die voorbij kwam, de schrijvers, de boekenvakkers, een eindeloze stroom mensen die één ding gemeen hebben: liefde voor het boek.
En ik was erbij.
Toch een droom, maar dan een echte.