Onderworpen aan het woord (02-04-2017)

Als je op ieder moment van de dag denkt: dit kan ik misschien gebruiken. Bij ieder gesprek, bij ieder gevoel. Bij alles wat je ziet. Tijdens het wandelen met de hond, het boodschappen doen, onder de douche, in bed. Elk takje heeft betekenis, de rimpel in het water, elke hint van sfeer, elke geur. Gedachteloos bestaat niet meer, staren is peinzen geworden.
Wekenlang, misschien wel maandenlang, zweefde ik op het randje. Het schrijven aan het tweede boek ging traag, ik bouwde de karakters op, sneed het verhaal uit. Zoekend, aarzelend. Als op de grote zwarte tegels aan de rand van het buitenbad, mijn tenen over de rand. De lucht en het water van het mooiste blauw. Ik wilde erin, het water om me heen voelen, onderdompelen. Maar toch stelde ik het uit. De warmte van de zon op mijn huid, de stemmen van de mensen in de verte, de wereld. Ik wist dat er geen weg meer terug zou zijn als ik eenmaal gesprongen was. Dan zou de eenzaamheid me pakken, de geluiddichtheid van het grote bassin, alleen ik, en verder niemand.
Je weet dat je gesprongen bent als je los bent van de wereld. Je doet niet meer mee, je bent toeschouwer geworden. Je leven is de brandstof voor je boek, je kunt niet anders dan het ondergaan. Onderworpen aan het woord. De personages zijn opgestaan en lopen hun eigen weg, het verhaal trekt zich niets meer van me aan. Het boek heeft me overgenomen, ik leef niet meer, ik ben alleen nog maar getuige.